Orgelbouwnieuws

Leer (D), Mennonitenkirche
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2015/02]

 
Orgel Doopsgezinde kerk te Leer (BRD) gerestaureerd


De Mennonitenkirche in Leer (Ostfriesland), niet ver over de Duitse grens, is een eenvoudige classicistische zaalkerk uit 1825.
In dat gebouw plaatste de lokale orgelmaker Wilhelm Eilert Schmid een jaar later een nieuw éénklaviers orgel met 10 registers.
Na diverse plannen in 1860 voor herstel en eventueel uitbreiding, sloot men in juli van datzelfde jaar een contract met orgelmaker Brond de Grave Winter uit Emden (maar geboren in Leer als telg uit een geslacht van goudsmeden) voor de bouw van een nieuw orgel. De Grave Winter (Leer 1824 – Emden 1892) was in zoverre en buitenbeentje dat hij het orgelmakersvak niet in eigen regio leerde, maar van ongeveer 1845 – 1849 in Saksen.
Op grond van karakteristieke elementen in zijn bouwwijze heeft hij vermoedelijk gewerkt bij Urban Kreutzbach in Borna. Vanaf 1849 was hij actief in Ostfriesland. Van zijn orgels zijn, behalve dat in Leer, alleen nog de niet of nauwelijks meer bespeelbare instrumenten over in Mitling Mark (1859 – 1860) en Mittegroßefehn (1859).
Het orgel in Leer (Manuaal met 8 stemmen, Pedaal met twee registers) zou in totaal 894 Reichstaler moeten kosten en was nagenoeg geheel nieuw, alleen het frontdeel in de balustrade is waarschijnlijk overgenomen van het vorige orgel.
Over de verdere onderhoudsgeschiedenis is weinig bekend. Duidelijk is, dat de frontpijpen vanwege de Eerste Wereldoorlog waren vervangen door zinken exemplaren, terwijl in de dispositie de Oboe 8’ (volgens het bewaard gebleven bestek ‘ein ganz neues Rohrwerk, welches noch selten ist’) was vervangen door een moderner equivalent. De Doppelflöte 8’ was vervangen door een Gambe 8’ welke naderhand nog was gewijzigd in een Quintadena 8’.
Algehele slijtage en een ingezet verval maakten grondig herstel noodzakelijk. Mede dankzij stimulansen van Eeuwe Zijlstra (organist Doopsgezinde kerk Groningen) kon dit worden gerealiseerd. De restauratie annex gedeeltelijke reconstructie werd in 2013 – 2014 uitgevoerd door Orgelmakerij Van der Putten (Finsterwolde) met LKMD Winfried Dahlke uit Leer als ‘Sachverstāndiger’. Deze bespeelde het instrument ook tijdens de feestelijke ingebruikneming op zondag 28 september 2014.

Het instrument werd grondig gerestaureerd, waarbij naast adviezen van Thomas Wolf (Vogtländer Orgelbau, Limbach), de eerder genoemde andere orgels als eventueel ijkpunt of referentie dienden. Alleen voor de Oboe 8’ werd bij gebrek aan een goed voorbeeld een gelijknamig tongwerk in Ladegastmensuren vervaardigd (Ladegast werkte omstreeks 1840 ook drie jaar bij Kreutzbach) door pijpmaker Henry Güntzel (Rosenbach, Saksen).

De dispositie is nu als volgt :

Manual (C – f’’’)
Principal 8’ binnenpijpwerk origineel, frontpijpwerk tin, gereconstrueerd
Gedackt 8’ origineel, C-H hout, rest metaal
Doppelflöte 8’ hout, gereconstrueerd (naar voorbeeld Mitling Mark)
Octave 4’ origineel, metaal
Flöte 4’, origineel, C –f’’ hout (open), vanaf fis’’ metaal, conisch
Quint 3’ origineel, metaal, conisch
Flautino 2’, origineel, metaal, conisch
Oboe 8’ bas/disc. , gereconstrueerd, doorslaand
Pedal (C – c’)
Subbaß 16’ origineel, hout (gedekt)
Violon-Cello 8’ origineel, hout (open)

Winddruk: 63 mm
Toonhoogte: 442 Hz (bij 18º)
Temperatuur: evenredig zwevend

Met de reconstructie van dit instrument is een nieuw element toegevoegd aan het toch al boeiende Ostfriese orgellandschap en geeft het een verrassende kijk op de manier waarop Brond de Grave Winter orgels bouwde. Hopelijk leidt het resultaat van dit herstel tot stimulansen om ook de instrumenten in Mitling Mark en Mittegroßefehn weer passend ‘aan de praat’ te krijgen.
Victor Timmer


VITOR TIMMER

Bronnen: