Orgelbouwnieuws

Oud-Beijerland, Bethabarakerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2014/01]

 


Foto: Rene Nijsse

In 2000 verhuisde de Gereformeerde Gemeente van Oud-Beijerland naar haar nieuw gebouwde Bethabarakerk. Door de groei van de gemeente bleek het meeverhuisde orgel (Jac. van der Linden, 1974) steeds minder te voldoen bij de ondersteuning van de samenzang.
De gemeente trok Dirk Bakker aan als adviseur, die met de gemeente op zoek ging naar een goed bruikbaar tweedehands instrument.
Dankzij de contacten met Gerard Verloop kwam men in Groot-Brittanië een dergelijk orgel op het spoor: het drieklaviers Harrison & Harrison-orgel van de Saint Peter’s Church in Sacriston. Na het verdwijnen van de mijnbouw in Sacriston (1985) en de daaropvolgende ontvolking en ontkerkelijking moest de Saint Peter’s Church in 2006 aan de eredienst onttrokken worden.
De Saint Peter’s beschikte sinds 1880 over een eenklaviers orgel van Harrison & Harrison. Dit werd in 1901 samengevoegd met een instrument dat afkomstig was uit Wolverhampton. Dit laatste orgel werd in 1856 gebouwd en in 1882 gewijzigd door Bishop & Son (in 1856 nog werkend onder de naam Bishop & Starr). Toen Harrison & Harrison Wolverhampton van een nieuw orgel voorzag, kwam het oude instrument beschikbaar voor plaatsing in Sacriston. Door de samenvoeging van de het orgel van Wolverhampton met dat van Sacriston, ontstond een drieklaviers orgel dat werd geplaatst in organ chambers. Vanaf 1902 is het instrument vrijwel ongewijzigd in Sacriston bewaard gebleven.
Na een bezoek aan het Engelse instrument en na een algemene stilistische oriëntatie op het Nicholson-orgel (1882) in Schagen, besloot de gemeente in Oud-Beijerland over te gaan tot aanschaf. Het orgel werd gerestaureerd en in de kerk geplaatst door A. Nijsse & Zoon Orgelmakers.
Bij de plaatsing in Oud-Beijerland moest de vormgeving van het instrument worden aangepast. Hiertoe diende het Harrison & Harrison-orgel (1895) in de Presbyteriaanse kerk van Durham tot inspiratie. Tevens zijn enkele kleine wijzigingen in de dispositie aangebracht.
Het Pedal werd voorzien van een Trombone 16’, die geplaatst werd op een nieuwe, grenen pneumatische lade. Dit register, waarvan de pijpen circa 1880 gemaakt werden door T.C. Lewis, is afkomstig van orgelmaker William Drake uit Buckfastleigh. Onderzoek van het pijpwerk toonde aan dat de Mixture in 1856 een type ‘Sexquialtra/ Cornet’ was. Daarom is bij de laatste restauratie het tweevoets koor (tot fis2) teruggeschoven tot tertskoor. Ten slotte werd een – stilistisch wat detonerende – Tremolo die werkt op Swell en Great toegevoegd.
Met betrekking tot de winddrukken schrijft Dirk Bakker in zijn boekje over het orgel in de Bethabarakerk: ‘In het orderboek van Harrison & Harrison worden ook de winddrukken vermeld. De watermachine pompte de orgelwind in een toevoerbalg die op 3½’’ (90 mm) was afgeregeld. Deze druk werd ongereduceerd toegepast in de pneumatische tractuur naar het pedaal en als speelwind voor de Open Wood. Voor de speelwind naar Great en Swell zorgde een reductiebalg met een druk van 3’’ (76,2 mm). Een tweede reductiebalg gaf 2½’’ (63,5 mm) door als speelwind aan het Choir en de Bourdon + Cello op het pedaal. Genoemde winddrukken werden onveranderd aangetroffen in 2007.’

Dispositie:

II Great Organ, C-g3 (Lade: Bishop, 1856; C-B in c- en cis-kant opgesteld)
Large Open Diapason 8’ orgelmetaal, corpora later bespoten met goudverf (de labia werden blank gelaten); 17 in het front, vanaf f0 op de lade; krachtig geïntoneerd, neemt in de discant nog verder toe in dynamiek
Small Open Diapason 8’ C-F in Clarabella, Fis-e0 afgevoerd naast de lade (waarvan waarschijnlijk Fis-B en c0-e0 oude frontpijpen met sierbeschildering), f0-b0 in het front (gaten op de lade thans onbezet), vanaf c’ op de pijpstok van de verplaatste Gamba
Clarabella 8’ hout, bas gedekt, vanaf c1 open, mogelijk later hoger opgesneden
Dulciana 8’ C-B open houten pijpen met metalen stemlappen c0-f3 metaal, enigszins fluwelig-strijkend
Principal 4’ metaal, open vrije toon, enige discant-dynamiek
Flute 4’ vanaf klein c, open houten pijpen met stemlappen
Fifteenth 2’ metaal, open, middelmatige streek, teruggehouden dynamiek met lichte neiging naar het fluitige Mixture 3 ranks in 1856 C-f2 met terts? C 2 11/3 1, c1 22/3 2 11/3, fis2 4 22/3 2
Trumpet 8’ sterk geïntoneerd, tromba-type, alle bekers verkropt, g3 labiaalpijpje
III Swell Organ, C-g3 (Lade: Harrison & Harrison)
Double Diapason 16’ hout, gedekt met dichte stoppen, zacht geïntoneerd, iets rond van toon
Open Diapason 8’ metaal, benadert de OD II Gt in kleur en dynamiek
Stopped Diapason 8’ hout; gedekt met dichte stoppen, licht kwinterend
Vox Angelica 8’ metaal (gemaakt door ‘Shires Jun.’, Gamba-mensuur nr. 11, lab.breedte 1/5 van de omtrek), C-B hout (bij nader besluit toch uitgevoerd als transmissie Stopped Diapason?); meer streek, maar zachter dan Dulciana
Voix Céleste 8’ gemaakt door ‘Malton’, Gamba-mensuur nr. 11, lab.breedte 1/5 van de omtrek; vanaf c0, metaal, zwevend gestemd; zachter en minder strijkend dan Vox Angelica
Principal 4’ kleur ongeveer als Principal hw, doch zachter
Mixture 3 ranks gemaakt door ‘Pollard’, ‘metal scale’ nr. 517, lab.breedte 2/9 van de omtrek; werd aangetroffen als: C 2 11/3 1, cis1 4 22/3 2
Hautboy 8’ C-B enge cilindrische bekers, vanaf c0 tot aan f3’ trechtervormig met bell; fis3 en g3 labiaal
Cornopean 8’ wijde trechtervormige bekers, groot octaaf met intoneerflapje
Choir Organ, C-g3 (Lade: Harrison & Harrison van oude orgel Sacriston; C-B in c- en cis-kant)
Gamba 8’ op klamp tegen de achterkant van de lade; groot octaaf zink met orgelmetalen expression, afgevoerd; c-g3 vrijwel spotted metal; aangetroffen met stemring over de expression-uitsparing; levendig strijkend
Liebl[ich] Gedact 8’ C-fis0 hout, met dichte stop, vanaf g0 metaal, met doorboorde houten stop; dikke kern, hoog en rond opgesneden, fraai uitgeïntoneerde fluit
Salicional 8’ C-B in Lieblich Gedact, metaal met expressions, geen stemringen, toon beheerst strijkend
Fluit 4’ metaal, met houten doorboorde stoppen, gis2-g3 open
Piccolo 2’ metaal, open
Clarinet 8’ gemaakt door ‘Pollard’; opslaand, cilindrische bekers met intoneerdekseltje, c3-g3 labiaalpijpjes
Pedaal, C-f1 (Laden: Harrison & Harrison; pneumatische tractuur)
Open Diapason 16’ wijd gemensureerde open houten pijpen met grote draagkracht, op pneumatische lade aan de linkerzijkant + zes pijpen ‘om de hoek’, achter de zwelkast; enkele grote pijpen verkropt; apart ingezette, genagelde spraakstukken met dwarslopende nerf; geschroefde voorslagen, eveneens met dwarse nerf
Bourdon 16’ mogelijk eerst Principal 8 vt., later omgewerkt tot Bourdon 16 vt. met dichte stoppen; de draagkracht houdt ongeveer het midden tussen die van de Bourdon Swell en de Open Diapason 16’; op een pneumatische lade aan de zij- en achterkant van de zwelkast
Violoncello 8’ open pijpen van hout, geplaatst op een pneumatische lade, geeft wat belijning aan de stemvoering in het pedaal; enige pijpen staan afgevoerd op de verlengde stok van het Great Organ Pijp C aan frontzijde.
Koppels: Swell to Great, Swell to Choir, Great to Pedal, Swell to Pedal, Choir to Pedal
Combinatietreden:
I Swell: alle registers, uitgezonderd de Voix Celeste
II Swell: Stopped Diapason, Vox Angelica, Open Diapason
III Great: Clarabella + Dulciana
IV Great: Clarabella, Dulciana, Large Open Diapason
V Great: Small Open Diapason, Clarabella, Dulciana, Principal, Flute, Fifteenth
toonhoogte: a = 448 Hz bij 180 C
stemming: evenredig zwevend
winddrukken:
Great & Swell: 78 mm Wk
Choir & Bourdon 16 (Pedal): 63 mm Wk
Pedal: 92 mm Wk

JAAP JAN STEENSMA

Bron: