Orgelbouwnieuws

Schwei (D), St.-Secundus Kirche
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2013/04]

 



In 2012 werd in de lutherse St.-Secundus Kirche te Schwei (Niedersachsen) het gerestaureerde Schmid-orgel weer in gebruik genomen.
De restauratie werd uitgevoerd door Orgelmakerij van der Putten.
Johann Claussen Schmid (‘Schmid II’) uit Oldenburg bouwde het orgel in 1869 gebouwd ter vervanging van een instrument van Christian Vater uit 1734. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Schmid pijpwerk van Vater in het nieuwe orgel hergebruikt.
Omdat het contract voor de bouw van het instrument verdwenen is en Firma Führer uit Wilhelmshaven het orgel in 1965 ingrijpend wijzigde, bestaat er onzekerheid over de originele dispositie.

Waarschijnlijk luidde deze:

Manual I Manual II Pedal
Principal 8’ Doppelflöte 8’ Subbas 16’
Bordun 16’ Viola di Gamba 8’ Violonbaß 8’
Gedackt 8’ Salicional 8’ Posaune 16’
Oktave 4’ Flöte Dolce 4’  
Quinte 2 2/3    
Oktave 2    
Mixtur 3 fach    
Oboe 8’    
Trompete 8’    


Toen Alfred Führer het orgel in 1965 renoveerde, was de Oboe 8’ inmiddels vervangen door een Fugara 8’.
Bij de renovatie uit de jaren zestig werd de dispositie gewijzigd en een aantal originele registers verwijderd.
Op Manual I werden de Bordun 16’, Gedackt 8’ en Trompete 8’ vervangen door een Rohrflöte 8’, Gedackflöte 4’ en een Dulcian 8’; de Fugara 8’, die eerder de Oboe 8’ verving, werd op zijn beurt ook verwijderd.
De dispositie van het tweede manuaal werd helemaal gewijzigd: Gedackt 8’, Blockflöte 4’, Principal 2’ en Zimbel.
Op het Pedaal verving Führer de Violonbass voor een Oktavbass en de Posaune 16’ voor een Trompete 8’. Het pijpwerk van Christian Vater moet in 1965 uit het instrument verwijderd zijn.
In het voorjaar van 2010 kon mede door financiële steun van de Europese Unie opdracht gegeven worden tot restauratie.
De opdracht aan Orgelmakerij van der Putten was het instrument niet alleen in technisch opzicht te herstellen, maar wat de klank betreft ook zoveel mogelijk terug te brengen naar de situatie van 1869.
Daartoe werd besloten om vijf registers van Führer te vervangen, namelijk de Dulcian 8’ (Man. I), de Oktavbass 8’ (Ped.), Trompete 8’ (Ped.) en op manuaal II de Gedackt 8’en Blockflöte 4’.
Voor deze registers moesten de volgende registers gereconstrueerd worden, respectievelijk: Trompete 8’ (Man. I), Violonbass 8’ (Ped.), Posaune 16’ (Ped.), Doppelflöte 8’ (Man. II) en Viola di Gamba 8’ (Man. II).
Het bleek niet mogelijk te komen tot de reconstructie van de Bordun 16’, een register dat karakteristiek is voor Schmid II en dat hij ook op kleine instrumenten plaatste.
De gereconstrueerde registers werden gemaakt op basis van die op orgels van Schmid II in Bardewisch (1859), Eckwarden (1867?) en Neuenburg (1875). Hoewel deze instrumenten niet in hun oorspronkelijke staat bewaard zijn gebleven, leverden ze toch voldoende informatie voor de reconstructie en restauratie van het orgel in Schwei. De zinken frontpijpen zijn door orgelmakerij Van der Putten vervangen in orgelmetaal.
De windvoorziening bestaande uit een zakbalg uit 1965 en de originele kanalisering binnen de kas, is geheel nagezien.
Er kwam een nieuwe windmotor en een nieuwe omtimmering om de balg.
De windladen ondergingen totaalrestauratie. In 1965 veranderde en vernieuwde Führer de toetsmechaniek. Deze is nu, naar voorbeeld van Bardewisch, voor een deel stijlgetrouw teruggebracht, abstracten en wellenborden zijn gehandhaafd. De registermechaniek is vrijwel geheel origineel en is nagezien. In de speeltafel is het beenbeleg waar nodig vervangen. Na verwijdering van de registeropschriften van 1965 kwamen de originele tevoorschijn.
Deze dienden als voorbeeld voor nieuwe perkamenten schildjes achter glas. Het pijpwerk is nagezien en gerepareerd waar nodig.
De intonatie van de registers uit 1965 die gehandhaafd bleven, is ingepast in de klank van de Schmid-stemmen en de reconstructies.

Dispositie:
Manual I
Principal 8’ (front 2012)
Rohrflöte 8’ (1965)
Gedacktflöte 4’ (1965)
Oktave 4’
Quinte 2 2/3
Oktave 2
Mixtur 3 fach
Trompete 8’ (2012)
Manual II
Doppelflöte 8’ (2012)
Viola di Gamba 8’ (2012)
Principal2’ (1965)
Blockflöte 4’ (1965)
Pedal
Subbas 16’ (1965)
Violonbaß 8’ (2012)
Posaunebaß 16’ (2012)

Werktuiglijke registers
Koppelung I.Clavier mit II
Koppelung I. Clavier - Pedal
stemming: evenredig zwevend
toonhoogte: a¹=457 Hz bij 18°C
winddruk: 73 mm Wk



CEES van der POEL

Bronnen: