Orgelbouwnieuws

Lisse St.-Agathakerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2013/03]

 

Op zaterdag 15 augustus 1914 werd in de St.-Agathakerk te Lisse (gebouwd in 1902/1903) een nieuw orgel van de firma P.J. Adema & Zonen te Amsterdam in gebruik genomen. Joseph Thissen uit Roermond ontwierp de kas van het nieuwe instrument, dat een Van Assendelftorgel verving. De dispositie luidde:

Groot orgel (I, C-g3) Reciet expressief (II, C-g3) Pedaal (C-d1)
Principaal 16’ Prestant 8’ Contrabas 16’
Bourdon 16’ Viola di gamba 8’ Subbas 16’
Prestant 8’ Voix céleste 8’ Openbas 8’
Salicionaal 8’ Holpijp 8’ Violoncello 8’
Violon 8’ Aeoline 8’ Bazuin 16’
Fluit harmoniek 8’ Viola 4’  
Octaaf 4’ Fluit harmoniek 4’  
Roerfluit 4’ Octaaf 2’  
Doublet 2’ Trompet harmoniek 8’  
Mixtuur II-IV st. Fagot-Hobo 8’  
Cornet V disc.    
Trompet 8’    


Foto: Ton van Eck

Uit een nota van mei 1943 blijkt dat Hubert Schreurs van Adama’s Kerkorgelbouw de Violon 8’ wijzigde in een Nasard 22/3’ en de Salicionaal 8’ veranderde in één met een wijdere mensuur. Zeven jaar later leverde Scheurs een omvangrijk voorstel in voor groot onderhoud, dat in de daarop volgende jaren gerealiseerd werd. De Fagot-Hobo 8’ werd een octaaf opgeschoven tot een viervoets registers met toevoeging van twaalf labiaalpijpjes. De Octaaf 4’, die naar het oordeel van Scheurs te dunne wanden had, werd van c-g³ vervangen door C-g² van de Octaaf 2’ van het Reciet. Ter vervanging van deze Octaaf 2’ kortte Scheurs de Aeoline 8’ in tot en Flageolet harmoniek 2’. Tevens voegde hij een Sesquialter 1-2 st. in fluitmensuur toe. In november 1955 werd het pedaalregister Violoncello 8’ verbouwd tot een Openfluit 4’. Een jaar later werd een nieuwe windmachine geplaatst. Het Reciet kreeg naast de Sesquialter een Piccolo 2’ erbij, het Groot Orgel een Nasard 22/3’ (ingekorte Violon 8’). Ook werd de samenstelling van de Mixtuur gewijzigd.
In 1962 kreeg het orgel een nieuwe speeltafel en werd de tractuur geëlektrificeerd. Deze elektrificatie bood gelegenheid het orgel uit te breiden met behulp van supplementlades waarop pijpen van nieuwe registers geplaatst konden worden. Het Groot Orgel werd uitgebreid met een Holpijp 8’, het Reciet met een Larigot 11/3’ en een Scherp 4 st. Door middel van transmissies werd het Pedaal uitgebreid met vijf registers. De Bazuin 16’ kreeg een eigen lade en 24 extra tonen voor een transmissie als Trombone 8’ en Klaroen 4’. Op de vrijgekomen plaats van de Bazuin kwam een Ruispijp 2 st. Aan de Subbas werd een supplementlade toegevoegd van 12 tonen voor een transmissie als Gedekt 8’. Uit de Subbas 16’ creëerde Schreurs een Majorbas 32’, met een akoestisch groot octaaf. In de jaren zeventig werd de Fagot- Hobo weer hersteld als achtvoets register. In 1985 onderging het orgel schoonmaak en herstel door Antoine Scheurs. Een aantal jaren daarna voegde hij een Vox humana 8’ op een supplementlade aan het Reciet toe. Bovendien werd de Violoncello 8’ van het Pedaal gereconstrueerd en de Ruispijp 2 st. vervangen door een Openfluit 4’.
Toen aan het begin van de eenentwintigste eeuw de kerk gerestaureerd was, konden ook plannen ontwikkeld worden voor de restauratie van het orgel dat in de loop der jaren achteruit was gegaan. In 2004 stelde Henk Verhoef een rapport op. Ton van Eck nam het adviseurschap over namens de Katholieke Klokken- en Orgelraad. Rudi van Straten trad op als orgeldeskundige namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Toen onverwacht snel subsidie voor het restauratieplan beschikbaar kwam in de BRIM-achterstandsregeling Rrwr 2007, kon de opdracht tot restauratie op 22 december 2008 gegeven worden aan Adema’s Kerkorgelbouw. Het gerestaureerde orgel werd in februari 2011 opgeleverd. De officiële inspeling was op zaterdag 23 juni 2011.

Restauratiewerkzaamheden
De orgelkassen zijn grondig gereinigd en opnieuw in de boenwas gezet.
De frontpijpen zijn gereinigd met zachte zeep, waar nodig weer opgevormd en gepoetst zodat het patina behouden is gebleven. De jaloezieën van de crescendokast zijn gereinigd, gevlakt en voorzien van nieuw vilt. Alle houtwerk is geschilderd in de voor Adema kenmerkende rode kleur. Door het aanbrengen van een luik in de loopplank van het Reciet is het Reciet weer toegankelijk via de normale ingang onderin de rechter orgelkast.
De hoofdbalg is nagezien, aan de binnenzijde met nieuw papier beplakt en opnieuw beleerd. De regulateurbalgen van het Groot Orgel en het Reciet zijn in het atelier van de orgelmaker geheel gerestaureerd.
De banden aan de binnenzijden zijn overgezet met nieuw Ieer en de hoeken en neuzen op de zwikkels aan de buitenzijde vernieuwd.
Adema verving de mechanische balanskleppen door een nieuwe, vrij hangende klep op de bodem van de balg met een balansarm voor de regulatie. De balgen zijn voorzien van dubbel Ieer. De coulissen zijn ontroest en weer zwart gelakt. De scheuren in het reservoir zijn opgevuld waarna het geheel in de originele kleur groen is afgewerkt. De compresseurbalg uit 1964 is verwijderd.
De windkanalen zijn gereinigd en nagezien op scheurvorming, de verstekken zijn verlijmd en opnieuw beleerd. Voor de voeding van de relais van het Groot Orgel zijn, conform de oorspronkelijke aanleg, nieuwe, zwart geschilderde kartonnen conducten vervaardigd met beleerde verstekken. De bestaande conducten zijn nagezien en opnieuw zwart geschilderd. Voor de supplementlade van de Holpijp 8' is een nieuw kartonnen conduct vervaardigd. Voor de pedaalwindladen van de Contrabas 16' en de Bazuin 16' zijn nieuwe kanalen vervaardigd uit massief obèche.
De windladen van Groot Orgel en Reciet zijn uit het orgel genomen en in het atelier van de orgelmaker geheel gerestaureerd. Het cancellenraam is opnieuw verlijmd, er zijn extra doken aangebracht om de constructie te verstevigen. De onder- en bovenzijde van het raamwerk zijn gevlakt, waarna aan de bovenzijde nieuw leer is aangebracht. De pijpstokken zijn gereinigd. De stok van de Mixtuur kreeg een nieuw dekstuk naar de originele maatvoering. Onder de voetjes in het ladeinterieur zijn leren ringen aangebracht ter voorkoming van hinderlijke bijgeluiden. De membraanlatten zijn voorzien van nieuwe membranen van dun geschaafd rundleder, de kleinere zijn van spaltleder. De registerkasten zijn volledig gedemonteerd en nagezien, schijven, stangen en moeren zijn vernieuwd.
De roosters van de lade van het Groot Orgel zijn in kleinere delen opgedeeld. Voor de gereconstrueerde Mixtuur is een nieuw rooster vervaardigd. De roosters zijn verstevigd met eiken bruggen. De relais zijn gedemonteerd en schoongemaakt, nieuwe schijven met vilt en Ieer op nieuwe stangen aangebracht. De magneten kregen nieuwe regels. Ook de membranen op de voorrelais zijn vervangen. De windlade van de Bazuin 16’ met transmissies is grondig gereinigd en kreeg een nieuwe windinlaat voor het nieuwe kanaal.
Nadat besloten was een deel van de gegroeide situatie met de later toegevoegde Sesquialter en de Vox humana op het Reciet te handhaven, werd hiervoor de volgende constructie toegepast. Adema breidde de windlade van het Reciet aan de achterzijde uit met twee registercancellen.
Deze zijn los vervaardigd en tegen de windlade geschroefd, de pijpstokken sluiten op de oorspronkelijke stok van de Fagot-Hobo 8’. Net als de hoofdlade is deze uitbreiding uitgevoerd als voetjeslade.
De oorspronkelijke membraanlatten en registerkast zijn verlengd en er zijn nieuwe eiken roosters gemaakt.
Na de demontage bleek dat de stokken van de Recietlade in de bas alle waren verboord tijdens de plaatsing van het orgel in 1913, omdat het oppervlak van de lade groter was dan dat van de crescendokast. Daardoor spraken de meeste pijpen in de bas nooit behoorlijk uit. Dit euvel is verholpen door de pijpstokken in de bas met behoud van zoveel mogelijk materiaal te voorzien van nieuwe dekstukken en verboringen, zodat een ruimere plaatsing en betere uitspraak voor de betreffende pijpen mogelijk werd.
Voor de Subbas 16’, Cello 8’, Gedekt 8’ en Openfluit 4’ van het Pedaal is een nieuwe kegellade gemaakt. Het afgevoerde groot octaaf van de Subbas bleef op zijn plaats. De transmissie Subbas 16’/Gedekt 8’ is ongedaan gemaakt; door aanvulling van twaalf houten pijpen uit voorraad van de orgelmaker en zes nieuwe metalen pijpen werd de Gedekt 8’ een zelfstandig pedaalregister.
Het speeltafelmeubel, in de stijl van het orgel en daterend uit circa 1920 en afkomstig uit de voorraad van de orgelmaker, is hersteld. Het zichtbare interieur van de speeltafel is geheel in stijl vernieuwd waarbij het elektrische-zwakstroom-gedeelte van de tractuur is omgebouwd naar een digitaal systeem dat functioneert op 24 volt.
Het metalen pijpwerk is grondig gereinigd en schade hersteld. De houten pijpen zijn nagezien op scheurvorming en waar nodig verlijmd. Op de stoppen is nieuw vilt en Ieer aangebracht. De lepels, krukken en tongen van de tongwerken zijn gepolijst, de loden koppen zijn gereinigd en ingevet. Door de nieuwe tongen houden de tongwerken van het Groot Orgel en het Reciet nu beter stemming dan voorheen.
De oorspronkelijke dispositie van het Groot Orgel is hersteld door toevoeging van de Salicionaal 8’ en de Violon 8’, de Holpijp 8’ is gehandhaafd.
Het in de loop van de tijd vernieuwde pijpwerk van de Octaaf 4’ en Roerfluit 4’ is eveneens gebleven. De restaurateur herstelde de samenstelling van de Mixtuur in salicionaal-mensuur en 90 procent tin. De Aeoline 8’ is nieuw gemaakt aan de hand van de teruggevonden pijpen in de Flageolet Harmoniek 2’. De oorspronkelijke combinatie van het groot octaaf met dat van de Viola di Gamba 8’ is hersteld door middel van een pneumatisch, vanuit de hoofdlade bediend transmissieapparaat waarop het groot octaaf van de Viola di Gamba 8’ is geplaatst. De stokken van de Sesquialter zijn voorzien van nieuwe dekstukken; ook is een nieuw rooster gemaakt. Voor de Fagot-Hobo zijn twaalf nieuwe metalen bekers vervaardigd, de grootste voorzien van een sifon.
Na montage is de in de loop der tijd veranderde intonatie terughoudend waar mogelijk en doortastend waar noodzakelijk, nagelopen en geëgaliseerd. Uitgangspunt daarbij was de klank die P.J. Adema & Zonen aan het orgel gaven bij de bouw in 1914. Ten slotte werd het werk gestemd op de toonhoogte van 1914, a1 = 435 Hz, in de evenredig zwevende temperatuur. De winddruk van hoofdbalg, Pedaal en relais bedraagt 112 mm Wk, voor het Hoofdwerk 85 mm Wk en voor het Reciet 94 mm Wk.

Dispositie:

Tenzij anders vermeld is het pijpwerk van orgelmetaal, cilindrisch en open, en dateert het uit 1913/14. Het labiaalpijpwerk is voorzien van slagletters met, naast de toonaanduiding, soms Duitse benamingen. Dit houdt in dat het is toegeleverd. De variatie in labiumvorm duidt op diverse herkomst. In die tijd bestelde Adema zijn labiaalpijpen soms bij Gustav Bier in Giengen and der Brenz. De frontpijpen zijn van Franssen uit Roermond. De tongwerken zijn van Belgische of Franse makelij. De registernamen met een * zijn de combinatieregisters die door de bijbehorende treden worden ingeschakeld.


Foto: Ton van Eck

Groot Orgel (C-g3)
Principaal 16’ C-G transmissie van de Bourdon 16’; Gis- in het front, vanaf fis op de lade; alle pijpen met expressions, geperste labia
Bourdon 16’ gedekt; C-h hout, grenen; c1-g3 metaal, zonder bovenlabium (stoomfluitjes), zijbaarden
Praestant 8’ C-c front, vanaf cis op de lade; alle pijpen met expressions, spits geritste bovenlabia, rondgeritste onderlabia, t/m F2 zijbaarden. De discant is de Octaaf 2 van het Reciet expressief
Salicionaal 8’ C-c front, vanaf cis op de lade; alle pijpen met expressions,geperste labia; freins tot h, c2-g3 zijbaarden
Violon 8’  in 1962 ingekort tot Nasard 22/3’ en in 2011 weer verlengd tot Violon; alle pijpen op de lade; spits geritste bovenlabia, ronde onderlabia; alle pijpen met expressions; C-H rolbaarden, c-h1 kastbaarden, c2-g3 zijbaarden
Fluit harmoniek 8’ C-H hout, grenen; c metaal, gedekt (inscriptie: Fluit 4’): cis -e1 reële lengte, f1-g3 met dubbele corpuslengte en overblazend; spits geritste bovenlabia, rond geritste onderlabia; cis- h expressions, c1-g3 stemkrullen
Holpijp 8’ 1962; gedekt, op afzonderlijke elektropneumatische lade; C-H hout, grenen, c-g3 metaal, spits gedrukte labia, zijbaarden
Octaaf 4’ 1962; geheel op lade, spotted metal, spits geritste bovenlabia, rond-geritste ondeabia: C-h1 expressions, c2-fis2 stemkrul, g2-g3
op lengte
Roerfluit 4’ 1962; C- f2 roergedekt, zijbaarden;fis2-g3 open, conisch; bijgedrukte labia
Doublet 2’* spotted metal; spits geritste bovenlabia, rondgeritste onderlabia; C- V expressions, fis1-g3 op lengte
Mixtuur 2-5 sterk* 2011; hoog tingehalte, salicionaalmensuur: spits gedrukte labia; expressions tot 1/4’; samenstelling: C 22/3 2 co 4 22/3 2 c1 51/3 4 22/3 2 c2 8 51/3 4 22/3 2
Cornet 5 sterk* vanaf c1; spotted metal; 8’-koor gedekt, overige koren open; spits geritste bovenlabia. Samenstelling: c1 8 4 22/3 2 13/5
Trompet 8’* Franse factuur; C-H enkele kop met kraag; c-g3 met kop en ring; fis2-g3 dubbele bekerlengte
   
Reciet expressief (C-g3)
Vioolprestant 8’ C-H opgeworpen labia; c-g3 geperste labia; C-g3 expressions; C-F zijbaarden
Viola di Gamba 8’ spits geritste bovenlabia; C-g3 expressions; C-H rolbaarden, c-f1 freins, fis1-g3 zijbaarden
Vox Coelestis 8’ vanaf c, spits geritste labia, expressions
Aeoline 8’ C-G gecombineerd met Viola di Gamba, Gis-g3 2011, expressions; rond geritste labia
Bourdon 8’ gedekt; C-H hout, grenen, c-g3 orgelmetaal, zonder bovenlabia
Viola 4’ spits geritste labia; C-g2 expressions gis2-g3 op lengte
Fluit Harmoniek 4’ C-Fis gedekt, G-h open, c1-g3 overblazend; G-g3 stemkrul
Piccolo Harm. 2’* in 1952 ingekorte Aeoline; C-H reëele lengte, c-g3 dubbele corpuslengte en overblazend, geperste labia, C-V stemkrul, fis1-g3 op lengte
Sesquialter 1-2 sterk* 1952; C-H 22/3’ roergedekt, c-f 22/3’ open met expressions; vanaf fis 2 sterk: 22/3’ – 13/5’; spitsgeritste bovenlabia, rond geritste onderlabia; tot 1/4’ lengte met stemkrul
Trompet Harm 8’* Franse factuur, geheel orgelmetaal. fis2-g3 dubbele bekerlengte
Fagot-Hobo 8’* Franse factuur; C-h trechtervormige bekers en traanvormige kelen, c1-g3 hobobekers met wijd uitlopend bovenstuk en Bertounèche kelen; C-H stevels, koppen en kelen 1975; bekers waarvan de grootste met sifon 2011
Vox Humana 8’* rond 1900; geplaatst in 1993; Belgische factuur (Devos) met enkele kop met kraag; Bertounèche kelen
   
Pedaal (C-f1)
Contrabas 16’ grenen
Subbas 16’ gedekt; grenen
Openbas 8’ C-a in het front, opgesoldeerde spitsbooglabia; houten rolbaarden ais-f1 op de lade; spits geritste bovenlabia, rond geritste onderlabia, expressions
Violoncel 8’  C-dis in het front, opgesoldeerde spitsbooglabia; e-f1 op de lade, spitsgeritste bovenlabia, rond geritste onderlabia, expressions
Gedekt 8’ gedekt; C-f in 2011 geplaatst gebruikt pijpwerk; C-H grenen, c-f orgelmetaal; fis-f1 in 1962 geplaatst pijpwerk, spits geritste bovenlabia, rond geritste onderlabia
Openfluit 4’ C-H zink, c-f1 orgelmetaal, expressions, spits geritste bovenlabia, rond geritste onderlabia
Bazuin 16’ Franse factuur; C-h zinken bekers, c1-f1 metalen bekers; C-h enkele kop met kraag; c1-f1 dubbele verzonken kop.
Trombone 8’* Franse factuur; 1962; C-f transmissie van Bazuin, fis,-f’ spotted metal; dubbele kop
Klaroen 4’* Franse factuur; 1962; C-f transmissie van Bazuin/Trombone, fis-f1 spotted metal; dubbele kop


Werktuiglijke registers
Registerdrukkers en combinatietreden:             Combinatietreden                 Balanstreden:
1+11             Oct. grave II                                             Comb. Reg. 1                         Expression
P+I                Oct. grave 1+11                                     Comb. Reg. II                         Reg. crescendo
P+ II              Oct. aigue 1+11                                     Comb. Reg. Ped.
Tremolo II    Oct. aigue P+11

Drukknoppen en combinatietreden
> (setzer een positie vooruit)
< (setzer een positie achteruit)

Elektronische setzercombinatie met 99 kanalen, waarvan ieder kanaal 64 combinaties bevat, die elk verdeeld zijn in 8 groepen (A t/m H) van 8 combinaties
(1 t/m 8), te bedienen
Toonhoogte: a1 = 435 Hz
Stemming: evenredig zwevende temperatuur

Bronnen:
-tekst grotendeels overgenomen uit Ton van Eck & Victor Timmer, Orgels van de rooms-katholieke parochie te Lisse. (Uitgave ter gelegeheid van de restauratie van het Adema-orgel in de St.-Agathakerk te Lisse) (Lisse 2012);
-mededelingen van Ronald van Baekel (Adema’s Kerkorgelbouw).