Artikelen

 

Fred van Lieburg Muziek & religiegeschiedenis. Nederlandse organistenverenigingen 1890-2015.
Het ORGEL 112 (2016), nr. 6, 28-35 [samenvatting]


In 1890 werd de Nederlandsche Organisten-Vereeniging opgericht. Vanwege het motief van sociale positieverbetering van (beroeps)organisten, zag zij zichzelf als een filantropische beweging zonder confessionele of kerkelijke binding. ‘Humaniteit kent geen religie’, was de gevleugelde uitspraak om aan te geven dat organisten van elke denominatie welkom waren. De eerste dertig jaar bleef de NOV beperkt van omvang en traag in groei.
De interconfessionele NOV met haar maandblad Het Orgel – dat overigens ouder was dan de vereniging: het verscheen al vanaf maart 1886 – kon moeilijk ontkomen aan concurrentie van die kant. Op 14 februari 1931 werd in Rotterdam de Vereeniging van Organisten der Gereformeerde Kerken opgericht. Het was een confessionele organistenvereniging in letterlijke zin.
Een poging van de Christelijke Gereformeerde Kerken in 1946 om een eigen organistenvereniging op te richten, liep op niets uit. Beter verliep het met de poging om te komen tot een organistenvereniging voor de Gereformeerde Gemeenten: in 1950 ontstond de Vereniging van Organisten der Gereformeerde Gemeenten (VOGG). Ook de vrijgemaakte-gereformeerde kerken, waarvan de organisten na de Vrijmaking in 1944 aanvankelijk lid bleven van de Gereformeerde Organisten Vereeniging (zoals de Vereeniging van Organisten der Gereformeerde Kerken na 1945 heette), kregen in 1973 een eigen vereniging voor organisten: de Vereniging van Gereformeerde Kerkorganisten.
De jaren zeventig en tachtig waren de decennia van voortschrijdende secularisatie. Het Samen-op-Weg-proces binnen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken leidde in 2004 tot de Protestantse Kerk in Nederland. De organistenvereniging KNOV en GOV, die binnen dit kerkverband opereerden, fuseerden in 2009.