Artikelen

 

Jan Hage De orgelwerken van Wim de Ruiter
Het ORGEL 106 (2010), nr. 1, 4-15 [samenvatting]

 

De Nederlandse componist Wim de Ruiter (geb. 1943) schreef tot op heden iets meer dan tien werken voor orgel. De compositorische loopbaan van De Ruiter kan in twee fasen ingedeeld worden. De eerste fase omvat de jaren zestig en zeventig en wordt gekenmerkt door een manier van componeren die radicaal brak met de traditie. Karakteristiek voor de composities uit deze fase was onder meer het gebruikmaken van de verworvenheden van het twaalftoonsystemen en het serialisme. Het persoonlijke van componist en uitvoerder werd zoveel mogelijk geëlimineerd, zoals tot uiting komt in de nadruk op heldere structuren en compositorische technieken.
Dat individualistische aspect komt speelt in de tweede fase (vanaf de jaren tachtig) wel weer een duidelijke rol. In tegenstelling tot de eerste fase, waarin het omver werpen van traditionele vormen een belangrijk item was, hergebruikt De Ruiter waar nodig weer conventionele elementen uit de muziek, hetgeen meewerkt aan het welslagen van de communicatie met de luisteraar. Dit geldt met name voor het vierdelige orgelwerk Square uit 1988 en de orgelwerken die nadien gecomponeerd werden.
Een doel bij het componeren voor orgel is voor De Ruiter het losmaken van de banden van het orgel met de kerkelijke traditie, het seculariseren van het orgel. Eén van de manieren om dat te doen is het combineren van het orgel met andere instrumenten. Dat principe heeft hij toegepast in composities als OKS (1994) en Whim voor viool en orgel (1997).
Ondanks dit secularisatiestreven hebben de recentste orgelwerken van De Ruiter, zoals O Mensch, erfreu’ dein’ Sünde gross (2006), een religieuze dimensie die vooral voortkomt uit ongenoegen met het traditioneel christelijke geloof. De Ruiter behandelt in deze composities op ironische wijze het probleem van goed en kwaad.
 


Wim de Ruiter