Artikelen

 

Jan Hage Orgelmuziek in het Derde Rijk
Het ORGEL 104 (2008), nr. 4, 36-43 [samenvatting]


De Duitse kerkmuziek uit de jaren dertig kan beschouwd worden als kerkelijke gebruiksmuziek die ontstaan is uit de heroriëntatie op de wortels van de eigen nationale cultuur, waarbij neoclassicistische idealen als algemeen verstaanbaar en gemeenschapsbindend een rol speelden. Daarnaast functioneerde zij ook binnen het nationaal-socialisme.
Kerkmuziekcomponisten in nazi-Duitsland stelden zich uit ideologisch of opportunistisch oogpunt dienstbaar op ten opzichte van de nazi-cultuur, en componeerden ook wereldlijke muziekwerken, waarvan sommige verweven zijn met het nationaal-socialisme. Ook de orgelcultuur ontkwam niet aan de greep van de nazi-cultuur.
Het monumentale orgel kon als geen ander instrument de eigen idealen symboliseren: het symboliseerde de gemeenschap, het grote geheel, dat door één persoon (Führer) kon worden bespeeld.
De statische klank van het orgel sloot aan bij de gewenste objectiviteit en het overweldigende orgel geluid refereerde aan de eigen oerkracht. Het orgel werd dan ook volop ingeschakeld in (politieke) Feiern.