Artikelen

 

Johann Th. Lemckert Adriaan Engels (1906–2003) - Een voorman in bescheidenheid
Het ORGEL 103 (2007), nr. 1, xx-xx [samenvatting]

 

Adriaan Engels, geboren te Haarlem in 1906, studeerde aanvankelijk orgel bij George Robert, organist van de St.-Bavo te Haarlem, en muziektheorie bij Leo Smit. Daarna studeerde hij aan het Amsterdams Conservatorium bij Cornelis de Wolf, Sem Dresden en anderen. In 1932 werd hij op 25-jarige leeftijd benoemd tot titulair organist van de Grote of St.-Jacobskerk en tot hoofddocent orgel en theoretische vakken aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zijn instrument was het thans verdwenen Witte-orgel (1882) dat in 1971 plaats maakte voor het huidige Metzler-orgel.
Engels werkte in Den Haag tot 1972. Als lid en secretaris van de Hervormde Orgelcommissie had hij belangrijke invloed op de naoorlogse orgelbouw als adviseur bij restauraties en nieuwbouw. (Haarlem, Maassluis, Rotterdam e.v.a.). Vooral ook na de watersnood van 1953 kwamen vele nieuwe orgels tot stand waarbij de invloed van de ‘Orgelbewegung’ vanuit Duitsland en Denemarken evident was. Als componist (uitgaven bij Ars Nova, Harmonia e.a.) bewoog hij zich vooral op het gebied van de kerkmuziek met werken voor orgel, orgel met koperblazers, koorwerken a cappella en begeleid, gezangmelodieën en vele liedbewerkingen voor de Hervormde Bundel 1938 en het Liedboek voor de Kerken (1973). De door Johann Th.Lemckert onderzochte muzikale nalatenschap bevat echter ten opzichte van het gedrukte werk een veelvoud in manuscript. Het gehele œœuvre is in kaart gebracht.
Ook als consciëntieus orgel- en theoriedocent genoot Engels een grote reputatie. Veel van zijn studenten verwierven organistenposten in vooraanstaande Nederlandse kerken. Zijn Bach- en Franck-vertolkingen waren befaamd en als pionier van nieuwere orgelkunst speelde hij in Nederland als een van de eersten de werken van Hindemith, Distler en Pepping.

Link naar de catalogus met werken van Adriaan Engels