Artikelen

 

René Verwer De roemrijke dagen van het Amsterdamse Paleisorgel
Het ORGEL 102 (2006), nr. 5, 4-17 [samenvatting]


In 1875 werd voor het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam een drieklaviers Cavaillé-Coll-orgel aangekocht. Het gebouw, opgezet voor de recreatie van de Amsterdamse bevolking, was tot de opening van het Concertgebouw in 1888 de belangrijkste concertlocatie in de hoofdstad. De aanschaf van dit bijzondere instrument bleek een confronterende gebeurtenis voor de Nederlandse orgelfactuur, omdat deze in menig opzicht nog erg traditioneel en voornamelijk op Duitse leest geschoeid was. De Franse consul Philbert, opgeleid in het atelier van Cavaillé-Coll, was een belangrijk promotor van de toenmalige Franse orgelbouwkunst. Met het enige jaren eerder in gebruik genomen Adema-orgel in de Mozes en Aäronkerk, waarvan hij adviseur was, en het Paleisorgel wilde hij een tweeledig doel bereiken: de Nederlandse makers wijzen op de moderne orgelbouwtechnieken die door met name Cavaillé-Coll werden toegepast (dubbele laden, Barkerhefboom, zwelkast, combinatiepedalen, nieuwe intonatiemethoden etc.) en de introductie van een orkestrale speelstijl, die organisten als Lemmens, Widor, Guilmant en Mailly ontwikkelden. Door het oprichten van een Vereeniging tot bevordering van orgelmuziek kon een geldlening worden geplaatst die de aanschaf van het eerste concertorgel in Nederland mogelijk maakte. Eind oktober 1875 werd het instrument tijdens vier concerten door Guilmant ingespeeld, enkele maanden later werd deze gebeurtenis met succes voortgezet door Mailly. Later bespeelden o.a. Widor, Vierne en Saint-Saëns het geroemde orgel. Van 1879 tot 1895 was de Brusselse organist J.-B. de Pauw de vaste bespeler. Het instrument werd daarna nauwelijks meer bespeeld. In 1916 werd het aangekocht door twee rijke zakenlieden en acht jaar later in de Gemeentelijke Concertzaal te Haarlem geplaatst, nu met pneumatische tractuur. Tijdens de laatste restauratie door Flentrop (2006) werd het orgel naar de oorspronkelijke staat gereconstrueerd.

Foto: Jan Smelik