Artikelen

 

Gyula Kormos Historische orgels van de Lutherse Kerk in Hongarije
Het ORGEL 101 (2005), nr. 5, 4-13 [samenvatting]

Orgel te Egyházaskozár

Orgel Bataapati. De frontpijpen zijn sinds 1917 niet vervangen. orgel onbespeelbaar. Veel houtworm. De Lutheranen kregen in Hongarije pas aan het einde van de 18de eeuw de gelegenheid eigen kerken te bouwen. Aanvankelijk plaatsten ze daarin kleine orgels, overgenomen van de Rooms-Katholieke Kerk. Later waren ze in staat zelf nieuwe en grotere instrumenten te laten bouwen. De woelige geschiedenis van Hongarije leidde ertoe dat de Lutherse Kerk in de 20ste eeuw weinig middelen had om kerken en orgels te onderhouden. Een in de afgelopen jaren begonnen inventarisatie toont de desolate toestand van veel instrumenten.
Typerend zijn veelal de vrijstaande speeltafel, waarbij de organist met zijn rug naar het orgel zit. De kerken hebben doorgaans een U-vormig balkon, waarop tegen de westmuur het orgel staat. Er zijn orgels die door ongediplomeerde mensen uitstekend gerepareerd zijn; anderzijds zijn er professionele orgelbouwers die in Hongarije al verschillende belangrijke orgels bedorven hebben.
De orgels in Alsónána (1870, gebouwd door Komor Ferdinánd Komornyik, 12 registers op Manuaal en Pedaal), Bonnya (1850, anoniem, 6 registers), Ecseny (1897, Josef Biebert, 10 registers op twee manualen en Pedaal) en Kismányok (1808, Joseph Roth/Joseph Marschall, 13 registers op twee manualen, aangehangen pedaal), geven een representatief beeld van de situatie: ze zijn achtereenvolgens redelijk goed (veel mankementen maar bespeelbaar), in desolate toestand (een ruïne), nauwelijks te gebruiken en in uitstekende staat.

 

Speeltafel te Ag