Artikelen

 

Hans Fidom Herhaalt de geschiedenis zich? De betekenis van vroeg 20ste-eeuwse orgels
Het ORGEL 98 (2002), nr. 4, 24-39 [samenvatting]


Amsterdam, Parkkerk. Foto: Archief Herman Roering Hét criterium om een orgeltype te beoordelen is de vraag of er goede muziek voor is geschreven. Voor het Nederlandse orgel uit de vroege 20ste eeuw dat georiënteerd is op het Duitse orgel uit die tijd, is het antwoord bevestigend, maar het betreft vooral Duitse muziek. Daarom is het tweede criterium des te belangrijker: is het orgel in kwestie goed van klank en goed gebouwd? 
Om een beeld te geven van hoe Nederland momenteel omgaat met vroeg 20ste-eeuwse orgels bestaat dit artikel uit portretten van vier orgels: Pieterburen (Leichel 1901, niet bijzonder van klank, wel van techniek; in goede staat), Wildervank (Walcker 1913, een zeer belangrijk orgel; sinds ingrepen in 2001 door orgelbouwer S. de Wit slechts een schim van wat het ooit was), Amsterdam, Parkkerk (Sauer 1922, van even groot belang als het Walcker-orgel; in slechte staat), Amsterdam, Nassaukerk (Valckx & Van Kouteren 1931, wordt momenteel verbouwd en verliest daarmee aan historische betekenis).
Het probleem met orgels die na 1900 door Nederlandse firma's zijn gebouwd is dat zij in veel onderdelen overtuigen, maar doorgaans in enkele opzichten ook niet. Bij veel Valckx & Van Kouteren-orgels zijn het de hogere registers, die duidelijk minder aandachtig zijn geïntoneerd dan de 8-voets registers.
In Wildervank en de Nassaukerk in Amsterdam is te zien dat de geschiedenis zich herhaalt: belangrijke historische orgels worden aangepast aan de smaak van de tijd. Het is tijd om deze ontwikkeling te keren. De eerste stap is het leren kennen van de muziek die bij deze orgels hoort.