Artikelen

 

Jacob Lekkerkerker De ‘artistiek intrinsieke motivatie’ van orgelmuziek (discussie, deel 2)
Het ORGEL 98 (2002), nr. 2, 40-42 [samenvatting]

 

In het ORGEL 2002/1 reageerden Peter Ouwerkerk en Sietze de Vries op het Redactioneel van Hans Fidom in het ORGEL 2001/6. Fidom had daarin met name gepleit voor improviseren ‘in je eigen stijl’. Peter Ouwerkerk vond dat de ‘artistieke intrinsieke motivatie van een uitvoering en de rol van de kunstenaar hierin’ aandacht dient te krijgen: hij ziet de organist als kunstenaar, en vindt bovendien dat er geen wezenlijk verschil is tussen orgelkunst en andere kunst. Sietze de Vries reageerde met een krachtig pleidooi voor het benaderen van orgelspel als een ambacht, en, in het verlengde daarvan, voor de improvisatie in oude stijl.

Jacob Lekkerkerker wijst er nu op dat organisten kunstenaars zijn: ze beschikken over ‘muzikale intuïtie’, en luisteren ‘categorisch’ waar een musicoloog dat ‘systematisch’ doet. Een organist zal dus eerst werken aan het opbouwen van zijn vocabulaire. Dat vocabulaire bepaalt vervolgens zowel zijn interpretaties van oude muziek als zijn improvisaties. Improviseren in oude stijl is voor Lekkerkerker vooral een ideale manier is om muzikaal terrein te verkennen en om orgels te demonsteren. Want: ‘Het kopiëren kan toch geen doel op zich zijn? Een schilder blijft toch ook niet steken in het imiteren van zijn helden?’ Lekkerkerkerk: ‘Wat mij voor ogen staat op het moment dat ik tijdens een concert of een concours improviseer, is het zo boeiend mogelijk verslag doen van de manier waarop ik mij op dat moment tot de muziekgeschiedenis verhoud.’