Artikelen

 

Jan-Piet Knijff In gesprek met Gustav Leonhardt
Het ORGEL 96 (2000), nr. 5, 27-30 [samenvatting]


leonhardt.jpg (17096 bytes)Gustav Leonhardt (1928) is één van de meest invloedrijke clavecinisten van de 20ste eeuw. Hij leidde talloze jonge musici uit binnen- en buitenland op. Als organist is Leonhardt veel minder bekend geworden. Niettemin is hij ook in die hoedanigheid invloedrijk, reden waarom de KNOV hem in 1999 tot lid van verdienste heeft benoemd.

Leonhardt studeerde in de jaren ’40 in Bazel: ‘De Schola Cantorum was destijds het enige instituut ter wereld waar je oude muziek in al zijn facetten kon studeren.’ In Zwitserland maakte hij samen met zijn docent Eduard Müller kennis met min of meer in historische stijl gemaakte orgels. In Nederland had Hans Brandts Buys veel invloed op Leonhardt.

Leonhardt was docent in Wenen en in Amsterdam. Hij werd organist van de Waalse Kerk in Amsterdam; op het Müller-orgel (1734), hem een van de best bewaard gebleven exemplaren, maakte hij platen met Froberger, Couperin, De Grigny. ‘Inderdaad, muziek die er eigenlijk niet thuishoort. Van de andere kant kun je je afvragen wat je dan wèl in Amsterdam moet spelen.’

Leonhardt heeft een eigen visie op de geschiedenis van het orgel: ‘In de 19de eeuw verandert het zó sterk, dat het orgel eigenlijk een ander instrument wordt. Voor de tegenwoordige organist is dat het probleem, dat voor een clavecinist dus niet speelt. Hoe kan je als mens zóveel heren dienen. Ik geloof niet dat dat echt kan – ik kan het in elk geval niet.’

‘Ik leef van het clavecimbel, het orgel is in zekere zin een luxe. Het is ook een ander instrument. Een orgel, daar kan je helemaal gèk op zijn, vind ik.’