Artikelen

 

Janno den Engelsman
Eddy Mul
Twee congressen over orgelkunst
Het ORGEL 95 (1999), nr. 5, 30-37 [samenvatting]

Van 14 tot 16 mei vond te Utrecht het jaarlijkse congres van de International Association for Organ Documentation plaats, en op 19 juni vierde de Stichting Groningen Orgelland haar 30ste verjaardag met een symposium in Noordwolde. Op het IAOD-congres spraken onder meer Paul Peeters, Stef Tuinstra en Rudi van Straten. Ook stelde een aantal jonge onderzoekers zich voor. Paul Peeters stelde aan het eind van zijn lezing een vraag: "Kunnen we stellen dat het orgel aan het einde van zijn ontwikkeling is gekomen of staat het instrument aan het begin van een nieuwe ontwikkeling?" Stef Tuinstra maakte duidelijk dat elk orgeltype zijn eigen windsysteem vereist: zo heeft een barokorgel een minder strakke wind nodig dan een 19de-eeuws orgel. Tuinstra concludeerde dat een synthese van beide orgeltypen daarom onmogelijk is. Rudi van Straten ging als Rijksorgeladviseur in op de rol die Monumentenzorg speelt in de orgelwereld. De orgels worden geïnventariseerd en beoordeeld op hun historische betekenis. Dit heeft gevolgen voor eventuele subsidiëring van werkzaamheden aan die orgels.

utrechtaula.jpg (26839 bytes)

Het IAOD-congres werd geopend met een concert door Gert Oost op het Hinsz/Flentrop-orgel in de aula van de universiteit Utrecht.
Foto archief Universiteit Utrecht

Op het SGO-symposium spraken Hans Davidsson, Peter van Dijk, Bernhardt Edskes en Henk van Eeken. Davidsson en Van Dijk wezen op de grote betekenis van de Schnitger Herdenking in Groningen in 1969, die de periode van historiserende orgelkunst inluidde. Davidsson wees op vier belangrijke aspecten van deze ontwikkeling: restaureren, repliceren, toepassen van niet gelijkzwevende stemmingen, implementeren van nieuwe ideeën in educatief opzicht. Van Dijk schetste aan de hand van citaten uit het ORGEL de ontwikkeling van de orgelbouw sinds 1960, die sterk beïnvloed werd door Lambert Erné (tot 1970) en Klaas Bolt (na 1970). Bernhardts Edskes ging in op het werk van Christian Vater (1679-1756), Henk van Eeken op het Garrels/Radeker-orgel in Anloo (1718). Van Eeken besloot zijn betoog met de woorden dat het er om gaat tot een klank te komen "die zo goed is als oud".