Artikelen

 

 

Stef Tuinstra An Wasserflüssen Babylon van Johann Adam Reincken als orgeloratorium
Het ORGEL 94 (1998), nr. 2, 6-14 [samenvatting]

De koraalfantasie An Wasserflüssen Babylon van Johann Adam Reincken (1623-1722) kan net als andere Noord-Duitse koraalfantasieën beschouwd worden als een sleutel tot de Stylus phantasticus. Om alle elementen van de Stylus phantasticus optimaal te begrijpen en toe te passen, kan men Reinckens koraalfantasie zowel in speelwijze als in registratie het best benaderen als een 'orgeloratorium', waarin het gaat om het muzikaal vertellen van het verhaal van psalm 137. In An Wasserflüssen Babylon staat elke regel voor een 'akte' in Reinckens' oratorium. De tekst kan in de partituur op de voet gevolgd worden: de muziek drukt voortdurend het affect van de tekst uit.

17de-eeuwse geschriften van Kuhnau, Mattheson en later van met name C.Ph.E. Bach maken duidelijk dat de voordracht inderdaad allereerst gedachten moet uitbeelden. Anders dan wel wordt gedacht is tussentijds registreren toegestaan, onder meer op basis van het getuigenis van Johann Kortkamp uit de 17de eeuw, die vertelt dat hij Matthias Weckmann als registrant terzijde stond. De muzikale ervaring van de organist bepaalt uiteindelijk op welke manier dergelijke door musicologen verzamelde gegevens de interpretatie van het muziekstuk beïnvloeden. De Stylus phantasticus en Reinckens koraalfantasie getuigen er zo bezien van dat poëzie, hartstocht en lyriek niet alleen bij romantische en hedendaagse literatuur past, maar ook bij muziek uit eerdere stijlperioden.