Artikelen

 

Peter van Dijk Vier recente organologische scripties
Het ORGEL 94 (1998), nr. 1, 27-30 [samenvatting]

In het Nederlandse taalgebied studeren regelmatig musicologen af op organologische onderwerpen. Vier recente voorbeelden.

De scriptie van Rogér van Dijk, Gemaect voor die van Venloo blinkt uit door ongefilterde geschiedschrijving. Daardoor ontstaat een goed beeld van de met een levendige kerkmuzikale traditie verweven orgelgeschiedenis van Venlo.

Johan Zoutendijk formuleert in zijn scriptie Het Van Peteghem-orgel te Bonne-Espérance de hypothese dat in het werk van Forceville en zijn leerling Van Peteghem Habsburgse invloeden merkbaar zijn. Grondige geschiedschrijving vult hij aan met bespiegelingen over de orgelkasten van Van Peteghem en de vraag of Vlaamse barokorgels voor een breder repertoire geschikt zijn dan wel wordt gedacht. Bij dat laatste onderwerp verliest Zoutendijk de objectiviteit enigszins uit het oog.

Jan Pieter Karmans Orgels en 'orgelbeambten' in de Hervormde Kerk te Driebergen van 1841 tot heden is een prima basis voor de wenselijke restauratie van het Flæs-orgel in Dreibergen. Naast heldere geschiedschrijving komen onderwerpen als disponeringssystematiek, mensuurpatronen aan de orde.

Willem Jan Cevaal geeft in Johannes Wilhelmus Timpe (1770 - 1837) een beeld van Timpe's werk. Timpe was leerling van Freytag en Lohman, en beïnvloedde Van Oeckelen en Dik. Cevaal baseert dit beeld op grondig archiefonderzoek. Op details is Cevaal echter minder precies. Waar hij orgeltechnische zaken behandelt, blijkt dat hij op dat gebied nog wat oppervlakkig onderlegd is.

Het goede niveau van de scripties is bemoedigend voor de toekomst van de orgelcultuur.