Artikelen

 

Wim S. Ros Overwegingen bij Bachs Orgel-Büchlein
Het ORGEL 93 (1997), nr. 10, 6-19 [samenvatting]


In het manuscript van het Orgel-Büchlein plande Bach 164 koraalvoorspelen. Hij voltooide er 45 (de twee bewerkingen van Liebster Jesu, wir sind hier als één geteld). Hij noteerde er 44 tussen 1713-1716, de 45ste in 1740. Breig en Löhlein menen dat Bach er niet meer schreef omdat de exemplarische identiteit van de voorspelen voor hem voorop stond.

Volgens de getallenallegorie gaat het Bach in 1716 om verzoening: 44 (aantal koralen) = 4 (het kruis, Adam) maal 11 (zonde) of 2 (God) maal 22 (lijdenspsalm); in 1740 staat Christus aan het kruis centraal: 45 = 19 (God en zijn gebod) + 7 (Genade, kruiswoorden) + 19. De 7 koralen in het midden zijn lijdenskoralen, die opgevat kunnen worden als een muzikale preek over de betekenis van Jezus aan het kruis. De eerste twee koralen vormen de propositio (voorstelling), de middelste drie de explicatio (uitleg), de laatste twee de applicatio (toepassing).

De gangbare opvatting dat het Orgel-Büchlein onvoltooid is gebleven en dat er weinig verband tussen de voorspelen zou zijn, is dus niet langer geldig. Dit heeft consequenties voor de uitvoering. Te denken valt met name aan één basistempo voor de lijdenskoralen.